NILS Netherlands

NILS Talks: Wie helpt de wilde vogels?

Dieren die in de vrije natuur leven zijn wettelijk gezien van niemand, maar daarmee eigenlijk ook een beetje van ons allemaal.[1] Wat gebeurt er met wilde vogels wanneer zij gewond raken en onze hulp nodig hebben? Met wat geluk worden zij dan opgevangen door een wildopvangcentrum. De wetgeving maakt het deze centra alleen lastig om adequate hulp te verlenen. Hoe komt dat en wat moet er veranderen?

Een fazant helpen, mag dat?

In het ochtendgloren strompelt er een fazant langs een bosweg. Zij is ternauwernood aan een Havik ontkomen maar zal waarschijnlijk de avond niet redden. Het is hard, maar voor wilde dieren geldt in eerste instantie de afblijfplicht; mensen mogen niet ingrijpen in geval van ziekte, ouderdom of verwondingen tenzij het strikt noodzakelijk of wenselijk is.[2] Wilde dieren én hun stoffelijke resten zijn namelijk onderdeel van het ecosysteem. Het is triest voor de stervende vogel maar waar haar leven eindigt, zal ook nieuw leven ontstaan.

Dit ligt anders wanneer diezelfde fazant een gebroken vleugel heeft omdat zij is aangereden. Mocht een dier zorgbehoevend zijn geworden door toedoen van menselijke activiteiten, dan heeft het namelijk ‘recht’ op onze hulp.[3] Dit heet de zorgplicht. Omdat dieren wezens met gevoel zijn, een intrinsieke waarde hebben en mensen hun leefomgeving beïnvloeden, dragen wij de morele verantwoordelijkheid om hen de nodige zorg te bieden.[4] Ook volgens de wet is iedereen daarom verplicht om een hulpbehoevend dier te helpen.[5] In het geval van de aangereden fazant is iedereen die de verwonding opmerkt verplicht om de gebroken vleugel ‘ongedaan’ te maken óf onnodig lijden te voorkomen.

“Volgens de wet is iedereen daarom verplicht om een hulpbehoevend dier te helpen.”

Naar een opvangcentrum, kan dat?

Een wildopvangcentrum vangt wilde dieren op met het doel hen te verzorgen en terug te plaatsen in de natuur.[6] Echter, niet iedereen mag zomaar een fazant in een kippenren stoppen en verzorgen. Dat zou namelijk betekenen dat het dier wettelijk gezien wordt ‘gehouden’ en inheemse vogelsoorten zijn beschermd; zij mogen niet worden gehouden.[7] Opvangcentra hebben daarom een ontheffing voor bepaalde verbodsbepalingen.[8] Dit brengt met zich mee dat wettelijke regels omtrent ‘gehouden dieren’ nu een rol spelen en daarnaast gelden er specifieke beleidsregels voor de wildopvang.[9] Gelukkig kan de fazant juridisch gezien gewoon terecht bij een wildopvangcentrum.

Financiële tekorten en ontbrekende dierenartsen

Helaas verkeren veel centra in lastig vaarwater. Er is bijvoorbeeld geen wettelijke onkostenvergoeding.[10] Wel hebben enkele opvangcentra regelingen getroffen met hun gemeente, maar deze wisselen sterk. Uit onderzoek van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (hierna; het ministerie) is zelfs gebleken dat slechts 7% van de kosten wordt gedekt door lokale en regionale overheden.[11] Daarnaast is bekend dat de vereiste inzet van dierenartsen door vrijwel geen enkel opvangcentrum kan worden nageleefd.[12]

“Uit onderzoek van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is zelfs gebleken dat slechts 7% van de kosten wordt gedekt door lokale en regionale overheden.”

Is er een dokter in de zaal?

In het opvangcentrum blijkt dat de fazant er slecht aan toe is. Wat nu? Houders zijn verplicht hun dieren de nodige zorg te bieden.[13] In het geval van een gewond dier moet zo snel mogelijk contact worden opgenomen met een dierenarts en dient veterinaire zorg zoveel mogelijk te worden geboden door één vaste dierenarts.[14] In de praktijk is dit echter niet altijd mogelijk. Léon Ripmeester, jurist bij de Dierenbescherming, stelt dat er al snel substantiële kosten gemoeid zullen gaan met het – al dan niet fulltime – in dienst nemen van een dierenarts en dit aldus praktisch en financieel onhaalbaar is voor veel wildopvangcentra.

Het kan daarnaast zo zijn dat de dierenarts niet bereikbaar is. Sterker nog, volgens Xandra Asselbergs, directeur bij Stichting Wildopvang.nl, is het in de praktijk “onmogelijk” om voor iedere diagnose, behandeling of euthanasie een dierenarts te consulteren. Asselbergs plaatst hier tevens een kanttekening bij: “Vakbekwaam personeel heeft vaak meer verstand van het verzorgen en behandelen van in het wild levende dieren […] omdat in de opleiding van dierenartsen nauwelijks [tot] geen aandacht wordt besteed aan natuurdieren.”. 

“In het geval van een gewond dier moet zo snel mogelijk contact worden opgenomen met een dierenarts en dient veterinaire zorg zoveel mogelijk te worden geboden door één vaste dierenarts.  In de praktijk is dit echter niet altijd mogelijk.”

Redder in nood

De afwezigheid van een dierenarts kan een probleem zijn voor onze fazant, aangezien noodzakelijke, medische handelingen alleen kunnen worden verricht door dierenartsen of personen die anderszins bevoegd zijn.[15] Gelukkig is er een dierenartsassistent paraveterinair aanwezig. Zij mag echter niet opereren en haar behandeling moet op aanwijzing en controle van een dierenarts.[16] Als de fazant moet worden verdoofd, moet dit zelfs onder leiding en in directe aanwezigheid van een dierenarts.[17] Maar wacht, de dierenarts was toch niet bereikbaar?

 ‘Humaan’ euthanaseren

De vleugel lijkt verbrijzeld en kans op herstel is gering. Wellicht is het in dat geval beter de fazant uit haar lijden te verlossen? Op verzoek van het ministerie heeft het Centre for Sustainable Animal Stewardship een rapport uitgebracht waarin handvatten worden geboden om dieren op ‘humane wijze’ te euthanaseren.[18] Asselbergs is echter sceptisch en stelt dat niet altijd van medewerkers kan worden gevraagd dieren de nek om te draaien, hun borstkas in te drukken of hen te onthoofden. Daarbij moet het dier in sommige gevallen eerst verdoofd worden.[19] Verdoving kan echter alleen als er een dierenarts aanwezig is.[20] Toch zal men er alles aan doen om de fazant niet onnodig te laten lijden. Daarom wordt besloten de vogel met CO2 in te laten slapen.

De fazant sluit langzaam haar ogen en blaast in vrede haar laatste adem uit. Onopgemerkt is het buiten donker geworden en ook de lichten in het opvangcentrum doven. Morgen weer een dag. De vraag is nu: Kan het morgen ook anders? Sluit de wetgeving omtrent de nauwe samenwerking tussen dierenartsen en wildopvangcentra überhaupt wel aan op de praktijk? Ripmeester is van mening dat het “gezien de aard van het wildopvang-werk, maar ook puur praktisch en financieel, [in de praktijk] inderdaad niet goed werkbaar is.”. De wetgever lijkt volgens hem bij het opstellen van regelgeving in het kader van de Wet dieren te weinig te hebben geanticipeerd op de realiteit van wildopvangcentra. Van origine was deze wetgeving namelijk gericht op (landbouw-)huisdieren. Momenteel bestaat er dan ook een discussie omtrent de vraag welke wet- en regelgeving van toepassing zou moeten zijn op het verrichten van ingrepen als mede zowel de omgang met als bewaring en toediening van diergeneesmiddelen in wildopvangcentra.

 “De wetgever lijkt volgens hem bij het opstellen van regelgeving in het kader van de Wet dieren te weinig te hebben geanticipeerd op de realiteit van wildopvangcentra.”

 Morgen weer een dag

Omdat er onduidelijkheid bestaat over de manier waarop wilde dieren moeten worden opgevangen en wie hiervoor verantwoordelijk is, heeft Minister Schouten de Raad voor Dierenaangelegenheden om een zienswijze verzocht.[21] Deze wordt in november verwacht. Momenteel wordt onder andere geëvalueerd of de handelingsvrijheid van vakbekwaam personeel kan worden vergroot om de noodzaak tot de aanwezigheid van een dierenarts te verminderen. In het verlengde daarvan zouden wildopvangcentra, volgens Asselbergs, ook graag de ‘lange arm constructie’ breder toepassen. Deze constructie houdt in dat een dierenarts op voorhand geneesmiddelen voorschrijft voor bepaalde aandoeningen en het opvangcentrum de middelen direct mag toedienen wanneer een dergelijk geval zich voordoet. Momenteel geldt deze regeling al voor antibiotica. Ripmeester wijst er echter op dat in meer algemene zin niet te luchthartig moet worden omgegaan met het gebruik van diergeneesmiddelen, omdat overmatig gebruik daarvan ook een probleem kan creëren.

In conclusie is het dan ook nog maar de vraag wat de toekomst zal brengen. Wellicht dat de ‘lange arm constructie’ binnenkort kan worden gehanteerd voor diergeneesmiddelen die een fazant op eerbiedige wijze uit haar lijden kunnen verlossen. Medio november weten wij meer.

Geschreven door: S. L. van Muiswinkel 

Commissaris van NILS Netherlands

[1] Raad voor Dierenaangelegenheden, ‘Zorgplicht Natuurlijk Gewogen: over het welzijn van semi- en nietgehouden dieren’, (12 november 2012), p.17.

[2] Raad voor Dierenaangelegenheden, p.4/21.

[3] Art. 2.1 (6) Wet dieren; Stichting Wildopvang.nl, ‘Beleidsplan 2021-2026’, (2020), p.5.

[4] Art. 1.3 Wet dieren; Art. 13 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; Raad voor Dierenaangelegenheden, p.5/7/14.

[5] Art. 1.11 Wet natuurbescherming jo. Art. 2.1 (6) en (7) Wet dieren.

[6] Vakblad Dierenhulpverlening, ‘Op de bres voor de wildopvangcentra’, (Dier.nu, 2020), p.17.  

[7] Art. 3.2 Wet natuurbescherming jo. Art. 1 Vogelrichtlijn.

[8] Art. 3.3 (1) Wet natuurbescherming; Vakblad Dierenhulpverlening, p.19; Vogelhospitaal Stichting Vogelrampenfonds, ‘Beleidsplan “Stichting Vogelrampenfonds” 2020-2025’, (januari 2020), p.3.

[9] Beleidsregels kwaliteit opvang diersoorten, (Besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken, 16 november 2015), nr. DGAN-PDJNG 15151244.

[10] Vakblad Dierenhulpverlening, p.17.

[11] Vakblad Dierenhulpverlening, p.17.

[12] Vogelhospitaal Stichting Vogelrampenfonds, p.3.

[13] Art. 2.2 (8) Wet dieren.

[14] Art. 18 (2) jo. 17 (2) Protocol opvang niet aangewezen diersoorten en beschermde diersoorten, (Bijlage Beleidsregels kwaliteit opvang diersoorten).

[15] Art. 2.8 (1) jo. (2) jo. 2.9 (1) jo. 4.1 (1) jo. 4.3 (1) Wet dieren.

[16] Art. 3.1 (1) jo. (2) a jo. 3.2 (1) Besluit diergeneeskundigen.

[17] Art. 3.1 (1) jo. (2) b jo. 3.2 (2) Besluit diergeneeskundigen.

[18] Faculteit Diergeneeskunde Universiteit Utrecht, ‘Adviesrapport dodingsmethoden toepasbaar in wildopvangen door niet-dierenartsen’, (Adviesrapport in opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, maart 2021).

[19] Art. 31 (2) Protocol opvang niet aangewezen diersoorten en beschermde diersoorten, (Bijlage Beleidsregels kwaliteit opvang diersoorten).

[20]Adviesrapport dodingsmethoden toepasbaar in wildopvangen door niet-dierenartsen’, p.16.

[21] Brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 21 juni 2021, officieel gepubliceerd als Kamerstukken II, 2020-2021, 28 286 nr. 1197.

Foto via Unsplash.  

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *