NILS Netherlands

NILS Talks: Niet alle besluiten zijn Awb-besluiten

Besluiten zijn beslissingen die vallen onder de begripsbepaling gedefinieerd in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Besluiten worden genomen door een bestuursorgaan. Tot voor kort was bijvoorbeeld het dragen van mondkapjes verplicht in onder andere de horeca en het openbaar vervoer.[1] De beslissing om de mondkapjes verplicht te stellen kwam van de regering en vindt haar grondslag in de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19.[2]

 

Echter, niet tegen iedere beslissing kan in rechte worden opgetreden want niet iedere beslissing is een besluit. Het rechtsverkeer wordt beheerd door bepaalde regels. Deze regels zorgen voor voortvarendheid en efficiëntie. Voor de bestuursrechtspraak zijn de meest belangrijke wetten gecodificeerd in de Awb. Deze wet bepaalt wanneer een persoon in bezwaar en beroep kan gaan tegen een beslissing van een bestuursorgaan. De Awb en de bestuursrechtspraak in het geheel bezien heeft een rechtsbeschermingsfunctie.[3]

 

Toegang tot de bestuursrechter is alleen mogelijk als het gaat om een besluit als bedoeld in de Awb. Artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht omschrijft wat een besluit is: ‘een schriftelijk beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling’. Het besluitbegrip kent vijf elementen. Hieronder licht ik kort elk element toe van het besluitbegrip.

 

Het eerste element is dat het schriftelijk moet zijn, dat wil zeggen door middel van schrifttekens. Daarbij kan je denken aan een brief of de Staatscourant. Het tweede element is dat het een beslissing moet zijn. Met een beslissing wordt een definitief afgeronde standpuntbepaling bedoeld. De beslissing moet een knoop doorhakken: iemand voldoet bijvoorbeeld wel of niet aan de vereisten voor een parkeervergunning. Het derde element is dat de beslissing door een bestuursorgaan genomen moet worden. Bij de beoordeling of sprake is van een bestuursorgaan dient te worden gekeken naar artikel 1:1, eerste lid, van de Awb. Het vierde element is publiekrechtelijk en het laatste element is het bestaan van rechtshandeling. Publiekrechtelijk wil zeggen dat de bevoegdheid krachtens wettelijk voorschrift exclusief is toegekend. Met ‘rechtshandeling’ wordt bedoeld dat het is gericht op enig rechtsgevolg; het brengt een verandering in de rechtstoestand. Iemand mag bijvoorbeeld volgens de gemeente voortaan een kraampje hebben in de lokale winkelstraat.


 

Indien de beslissing voldoet aan de begripsomschrijving dan is volgens artikel 8:1, eerste lid, van de Awb mogelijk om in beroep te gaan bij de rechtbank. Alvorens in beroep te gaan moet worden bezien of in bezwaar moet gaan. De hoofdregel staat in artikel 7:1, bezwaar dien je in bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen.

 

De kwalificatie van het besluitbegrip is van belang omdat alleen tegen besluiten in de zin van de Awb een weg naar de bestuursrechter is verzekerd. Bezwaar en beroep stimuleert rechtsbescherming. Het bevordert besluitvorming waarbij belangen van burgers op een eerlijke manier onder ogen worden gezien. Het brengt niet louter rechtsbescherming maar ook rechtszekerheid mee: burgers kunnen erop vertrouwen dat ze kunnen opkomen voor hun belangen die worden beschermd door wettelijke regels.

 

Geschreven door Melike Çinar.

 

[1] Het Parool. (2021, 26 juni). Dit zijn de versoepelingen van vandaag: dag mondkapje, hallo sneltest! Het Parool. https://www.parool.nl/nederland/dit-zijn-de-versoepelingen-van-vandaag-dag-mondkapje-hallo-sneltest~bc04e479/

[2] https://wetten.overheid.nl/BWBR0044416/2021-07-01

[3] De Poorter & De Graaf; OBT 2011, p. 24-34.

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *