NILS Netherlands

NILS Talks: Een “echte” gelijke kans voor ieder kind

Bron: pixabay.com

Vandaag stel ik mijzelf zomaar twee schoolpleinen voor in een normale stad in Nederland. Op een vrijdagmiddag, zo rond 14:15, komen de eerste kinderen naar buiten gewandeld. Allemaal met elkaar spelend, ruziemakend of gewoon rustig op weg naar de ouders die klaarstaan om de kinderen op te halen. Tot dit moment op de dag hebben de kinderen op school gezeten, maar vanaf nu gaan de wegen van alle kinderen uit elkaar. Sommige kinderen hebben een weekend wat helemaal vol staat met activiteiten, anderen hebben helemaal geen plannen. Het ene kind krijgt alle hulp en middelen, het andere kind leert op veel te jonge leeftijd wat armoede is en dat terwijl beide kinderen cognitief hetzelfde kunnen. In beginsel klinkt dit niet onbekend, maar als we verder denken ligt er een drastische andere toekomst in het verschiet voor de kinderen en eigenlijk is dat onbegrijpelijk. De discussie over het onderwijs en de kansenongelijkheid is volop aan de gang en vandaag wil ik een aantal aspecten belichten van de huidige stand van zaken. 

De onderwijsinspectie typeert de huidige stand van zaken van het onderwijs als volgt 1: “Het Nederlandse onderwijs is gemiddeld nog op niveau. Maar de ontwikkelingen waar de Inspectie van het Onderwijs in de voorgaande jaren al aandacht voor vroeg – zoals teruglopende leerlingprestaties, ongelijke kansen en segregatie – dreigen zich mede onder druk van een ongelijk verdeeld lerarentekort te verdiepen.” Op de eerste regel na klinkt het citaat ronduit negatief over ons onderwijs. De huidige staat kan eigenlijk enkel gezien worden als de uitkomst van jarenlang geen fundamentele beslissingen maken over ons onderwijs. De oude wijsheid van “stilstand is achteruitgang” lijkt zich hier dan ook te voltrekken. Waar Nederland in het verleden altijd beter presteerde dan de meeste andere OESO-landen (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling), is het nu bijvoorbeeld op gebied van leesvaardigheid een gemiddeld land geworden. 2

Terug naar het schoolplein. Het kind met alle kansen gaat vanuit school naar huiswerkbegeleiding om zijn zwakke vakken bij te spijkeren. Deze begeleiding is nodig omdat in de klas onvoldoende aandacht is voor ieder kind. 3 Na de huiswerkbegeleiding helpen de ouders het kind in de avond nog met de rest van het werk en op de zaterdag en zondag krijgt het alle aandacht. In tegenstelling tot het kind zonder deze ondersteuning. Hem wacht waarschijnlijk niets anders dan een weekend voetballen op het plein of thuiszitten en gamen. Ook de ouders van dit kind willen niets anders dan het beste voor het kind (althans, daar gaan we normaal altijd van uit), maar de kosten voor huiswerkbegeleiding zijn niet te dragen voor de ouders die eigenlijk al amper rondkomen. Daarbovenop moeten de ouders in het weekend ook aandacht besteden aan de andere kinderen van het gezin. Aan het einde van de basisschool krijgt het kind met alle kansen een HAVO/VWO advies, waar het kind zonder alle hulp het moet stellen met een VMBO-t advies. Het is een heel simpel – en een misschien zelfs wat gechargeerd- voorbeeld  waarmee al snel wordt zichtbaar dat, ondanks dat deze kinderen hetzelfde kunnen, ze niet op dezelfde plaats terecht komen.

De eerste gedachte die na deze alinea blijft hangen: maar wordt het kind zonder kansen dan niet extra geholpen door de overheid? Op lokaal niveau bieden gemeenten vaak de mogelijkheid om huiswerkbegeleiding te volgen tegen een gereduceerd tarief. Tevens bestaan er verschillende organisaties die huiswerkbegeleiding aanbieden tegen praktisch een onkostenvergoeding. ‘Eind goed, al goed’ kan nu gedacht worden. We voldoen met deze en andere handreikingen aan minder kapitaalkrachtige ouders, zoals het kindgebonden budget, waarschijnlijk aan de bepaling van art. 26 van het Verdrag inzake de rechten van het kind. In deze bepaling staat dat de overheid moet zorgen voor financiering wanneer kinderen dit nodig hebben. Ik onderken zeker dat het onderwijs gebaat zou zijn bij meer financiële middelen, maar het heeft de schijn dat er dieperliggende oorzaken aan de problematiek, zoals deze door de onderwijsinspectie wordt beschreven, ten grondslag liggen.

Een ander punt het uit rapport, namelijk het lerarentekort, geeft een aanwijzing zijn voor waar de diepere problematiek zich bevindt in het onderwijs. Afgelopen december heeft het NRC becijferd dat het lerarentekort op papier zo opgelost kan zijn met bevoegde mensen die ander werk zijn gaan doen. 4 Toch zal dit het probleem niet oplossen, omdat de mensen die het onderwijs de rug hebben toegekeerd zullen niet snel terugkeren. Wat frappant is aan het probleem, is dat het zich veel vaker voordoet in het speciaal onderwijs en op  op scholen waarvan een groot deel van de leerlingen een migratieachtergrond heeft. 5 Daarnaast heeft het onderwijs te maken met een imagoprobleem 6 Waar in andere landen het vak van leraar aanzien met zich meebrengt, is deze status door de jaren heen verloren gegaan in Nederland. 7  Een recent lichtpuntje in dit verhaal, hetgeen naar voren is gekomen: steeds meer studenten kiezen voor de pabo-opleiding. 8 Hopelijk zal dit op termijn tot kleinere tekorten leiden dan nu het geval is. Toch laat de daling in aanzien direct zien dat de problematiek niet enkel een monetaire component kent.

In de afgelopen alinea’s zijn verschillende aspecten van het huidige onderwijs ter sprake gekomen: Het gebrek aan financiën; De ongelijkheid door sociale klasse en vermogende ouders; Het aanzien van leraren en het tekort van leraren in het algemeen. Een pessimist zou bijna stellen dat Nederland niet voldoet aan de verplichting van art. 6 lid 2 van het Verdrag inzake de rechten van het kind: het zorgen voor de ruimst mogelijke ontwikkeling voor het kind. Zo negatief zou ik het niet willen stellen, maar de huidige tendensen heeft wel gevolgen voor de ontwikkeling van kinderen en vooral hun kansen. Fundamentele keuzes zullen gemaakt moeten worden die verder gaan dan enkel meer geld. Want uiteindelijk verdient ieder kind een “echte” gelijke kans.

Geschreven door Samir Oassem.
Bronnen:
1. https://www.onderwijsinspectie.nl/documenten/rapporten/2019/04/10/rapport-de-staat-van-het-onderwijs-2019
2. https://www.nrc.nl/nieuws/2019/12/03/onze-pubers-zijn-weer-slechter-gaan-lezen-a3982586
3. De klassen zijn in de afgelopen jaren steeds groter geworden en het gevolg volgens onderzoek is een slechtere leerprestatie van kinderen: https://decorrespondent.nl/7607/grote-klassen-worden-steeds-groter-en-dus-leren-kinderen-minder/604398971-597ba8da
4. https://www.nrc.nl/nieuws/2019/12/07/er-zijn-wel-leraren-maar-ze-staan-niet-voor-de-klas-a3983011
5. https://www.ad.nl/binnenland/lerarentekort-breekt-speciaal-onderwijs-op-br~aadad0b9/
6. https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/leraar-kampt-met-imagoprobleem-aanzien-in-tien-jaar-fors-gedaald~b230b9ab/
7. https://nos.nl/artikel/2294343-in-deze-landen-is-een-lerarenoverschot-kan-nederland-daar-iets-van-leren.html
8. https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/pabo-opleiding-populairder-lerarentekort-niet-zomaar-opgelost~bcb0f640/

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *