NILS Netherlands

NILS Meets: mr. J.M. Bossers

Mevrouw Bossers heeft een advocatenkantoor in hartje Rotterdam bij station Blaak. Haar praktijk bestaat uit verschillende rechtsgebieden zoals sociaal recht, familierecht, arbeidsrecht en verbintenissenrecht. Het betreft een eenmanszaak en dit komt erop neer dat zij alles van A tot Z zelf doet, dus ook de minder leuke dingen. Zij is opgestart in 2011 en haar kantoor is aan huis. Voordat zij advocaat was, werkte mevrouw Bossers al eerder in loondienst bij een groot advocatenkantoor als secretaresse. Op latere leeftijd, 35 jaar oud, besloot zij om Nederlands recht te gaan studeren en zelf advocaat te worden! Mevrouw Bossers neemt ons mee door de jaren heen.

 

Waarom heeft u ervoor gekozen om zelf advocaat te worden?

“Ik dacht bij mijzelf: als ik dit werk moet gaan doen tot mijn pensioen, dan word ik hier niet zo heel vrolijk van. Dus besloot ik Rechten te studeren. Ik wist op dat moment nog niet of ik zelfstandig advocaat wilde worden. Ik bleef tijdens mijn studie in loondienst werken. Daardoor heb ik ook 10 jaar over mijn studie gedaan. Dat is begrijpelijk aangezien ik ernaast gewoon 4 dagen per week werkte. Ik kwam terecht bij de Open Universiteit omdat ik daar het beste mijn rooster kon indelen met mijn werk. Het bleef flink hard werken waardoor ik niet de tijd had om reguliere lessen te volgen. De Open Universiteit biedt meer flexibiliteit met betrekking tot het indelen van je eigen rooster.”

 

“Ik dacht bij mijzelf: als ik dit werk moet gaan doen tot mijn pensioen, dan word ik hier niet zo heel vrolijk van. Dus besloot ik Rechten te studeren.”

 

Kunt u uw weg daarnaartoe beschrijven?

“Na het behalen van mijn master ben ik gaan solliciteren bij advocatenkantoren. Je moet je wel beseffen dat ik op dat moment, 10 jaar later, 45 jaar oud was. Niemand nam mij aan, ondanks mijn arbeidsverleden en ervaring. Advocatenkantoren willen immers jonge mensen die zij kunnen opleiden en vormgeven. Dat was niet meer mogelijk bij mij gezien mijn leeftijd. Eigenlijk is dat een vorm van discriminatie en helaas doet zich dat nog steeds voor. Er bleven voor mij niet veel opties meer open en dus ben ik mijn eigen advocatenkantoor gestart. Dat ging echter niet zo heel makkelijk. Ik kreeg eisen van de Orde van Advocaten (arrondissement Rotterdam). Zij willen niet dat je meteen voor jezelf start maar zien liever dat jij in dienst gaat bij een advocatenkantoor omdat je zo toegang hebt tot een patroon, ofwel leermeester, voor je beroepsopleiding. Dat heb ik allemaal zelf moeten bekostigen. Als je aan alle eisen hebt voldaan, moet je ook kunnen aantonen bij de Orde van Advocaten dat je honderd maal hebt gesolliciteerd in de functie van advocaat-stagiaire. Ook buiten je eigen arrondissement dien je te solliciteren. Je moet ook honderd keer afgewezen worden. Dit moet je allemaal bewaren en kunnen aantonen. Ook moet je kunnen aantonen dat je een eigen vermogen hebt die je beroepsopleiding kan vergoeden. Eigenlijk wordt het je bijna onmogelijk gemaakt.

 

Artikel 9a van de Advocatenwet biedt een opening om je meteen als zelfstandig advocaat te vestigen. Een stageverklaring wordt ontvangen nadat je 3,5 jaar als advocaat-stagiaire hebt gewerkt. Met behulp van een buiten patroon heb ik mijn stageperiode zelfstandig afgerond. Alvorens de processtukken door mij werden ingediend, controleerde mijn patroon de stukken. Zo heb ik mijn advocaat-stagiaire periode afgerond, door eigenlijk een stagiaire-ondernemer te zijn. Onderschat dit echter niet. Het klinkt makkelijker dan het is. Een beroepsopleiding zelf is heel duur, wordt niet vergoed en natuurlijk komen daar kosten bij als ondernemer.”

 

 

Wat is er door de jaren heen veranderd in de advocatuur?

“Het is niet dat we minder hard werken, maar de advocaten van nu hebben meer flexibiliteit. Wellicht heeft dit mede met de coronacrisis te maken. Als je vroeger dacht aan thuis werken dan ontving je daar weerstand tegen. Vandaag de dag is dat gangbaar geworden. Blijkbaar kan er thuis wél productief gewerkt worden. Ik denk zelfs dat je thuis productiever kunt zijn omdat je geconcentreerd bent op je werk en niet afgeleid kunt worden door praatjes met collega’s. Het is minder sociaal, maar het verschilt per persoon wat zij fijn vinden. Daarnaast zijn uiteraard de communicatiemiddelen verbeterd. Dit zijn allemaal voordelen. Nadeel is dat je minder contact hebt met je collega’s op de werkvloer. Inhoudelijk mag er niks onder lijden. De databanken zijn juist beter toegankelijk tegenwoordig. Alles gaat veel sneller.”

 

“Ik noem het geen ‘uithuisplaatsing’ maar ‘uitbuikplaatsing’.”

 

Heeft u een zaak gehad die u is bijgebleven?

“Mijn praktijk bestaat voor 99% uit gesubsidieerde rechtshulp. De Raad voor Rechtsbijstand geeft toevoeging waardoor cliënten die het minder breed hebben toch geholpen kunnen worden. Ik krijg cliënten of door mond-tot-mondreclame of via juridische loketten. Meestal betekent dit dan ook dat ik kwetsbare cliënten heb met complexe problemen zoals uithuisplaatsing van kinderen. Bijvoorbeeld moeders en vaders die tegenover grote overheidsinstanties staan. Heel vaak gaat er dan ook wat mis bij zulke instellingen. Tegenwoordig komt dat vaker in het nieuws, maar 10 jaar geleden gebeurde dat echt nog zelden. Ooit heb ik echter iets heel aparts meegemaakt. Ik noem het geen ‘uithuisplaatsing’ maar ‘uitbuikplaatsing’. Wat betekent dit, vraag jij je zeker af? Mijn cliënt was een moeder, niet verslaafd, maar behoorde tot het zogenaamde ‘trekkend volk’. In Nederland wil de overheid dat je voor je kind een vaste woon- en verblijfplaats hebt. Er zijn allemaal eisen waar je aan moet voldoen en als je daar niet aan voldoet kan je als het ware niet voor je kindje zorgen. Mijn cliënt had echter geen vaste woon- en verblijfplaats. De verloskundige heeft hier een melding van gemaakt bij de kinderbescherming: Bureau jeugdzorg. Cliënt was bevallen in het ziekenhuis en een dag later is het kind bij moeder weggehaald. Cliënt heeft haar kind drie weken niet kunnen zien. Toen zij uiteindelijk de kans kreeg om haar kind te kunnen zien, is zij naar het land van herkomst teruggevlucht met haar baby-tje. Als het zou gaan om een moeder die verslaafd is en niet voor haar kind kan zorgen, dan blijft een uitbuikplaatsing heftig, maar dan is het in het belang van het kind. Hier kon ik het echter niet begrijpen. Het is een heftige zaak die mij is bijgebleven. Nu ook gedurende de coronacrisis, tijdens de lockdown, hebben ouders die een omgangsregeling hebben met hun kind geen contact kunnen hebben met hen. Er waren strenge regels om verspreiding van het virus te voorkomen, waarbij veel ouders overstuur zijn geraakt.”

 

Heeft u nog tips voor huidige juridische studenten?

“Probeer in loondienst te gaan of een samenwerking aan te gaan. Lukt dat niet? Zoek dan een buitenpatroon. Laat je er absoluut niet van weerhouden om advocaat te worden, ondanks alle obstakels. Het is een mooi beroep!”

 

Wil jij meer weten over mevrouw Bossers? Stuur haar dan gerust een mail info@bossersadvocatuur.nl.

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *