NILS Netherlands

NILS Talks: Kunnen demonstreren is niet overal taken for granted

In de maand oktober werd het nieuws vooral gedomineerd door één onderwerp: demonstraties. Van de volksprotesten in Chili tot aan de anti-regeringsprotesten in Libanon en van de massale demonstraties in Catalonië tot aan de boerenprotesten hier in eigen land. Demonstreren wordt overal ter wereld gedaan. Echter is het in vrijheid kunnen demonstreren niet overal even goed gewaarborgd.

In Nederland is demonstreren niet weg te denken. Neem een willekeurig hot maatschappelijk issue en voilà, er zal er altijd wel een demonstratie over zijn geweest: het onderwijs, klimaat, Zwarte Piet, de positie van zorgpersoneel en ga zo maar door.
Het recht op demonstreren is in Nederland breed erkend in drie belangrijke (bindende) bepalingen: de Grondwet, het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden en het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten. In principe moet de staat zich ver af houden bij de uitoefening van dit recht, maar kan het in uitzonderlijke omstandigheden beperkingen (en soms zelfs totaalverboden) opleggen. Een ruim recht om te kunnen demonstreren is wezenlijk voor de ontwikkeling van een democratie. Kwesties, hoe principieel ze ook zijn, moeten altijd open kunnen staan voor debat, waarbij verschillende meningen best met elkaar mogen botsen. Tegendemonstraties en het kunnen faciliteren daarvan is daarom ook beschermd onder het demonstratierecht. Het is dan ook niet gek dat vrij kunnen demonstreren, los van de kant waar je staat, wordt gezien als één van de mogelijke acties binnen het recht op vrije meningsuiting.

Daarentegen is elders in de wereld demonstreren niet zo van zelfsprekend. Neem bijvoorbeeld Saudi-Arabië, waar demonstreren een strafrechtelijk delict is. Ook in Guinea is er eenzelfde situatie te vinden. Daar heeft de overheid een aantal weken geleden een totaalverbod afgegeven op straatprotesten voor de periode van meer dan een jaar.

Maar ook in landen waar het demonstratierecht op papier wel erkend en beschermd is, wordt deze in de praktijk ook niet altijd even goed verdedigd. Zo is dat goed te zien bij de massale volksprotesten van afgelopen weken in Chili tegen de groeiende economische en sociale ongelijkheid. De president van Chili, Sebastián Piñera, zei eerder nog dat alle inwoners het recht hadden om vredig te demonstreren, maar heeft inmiddels het leger in grote getalen de straat opgestuurd. De gevolgen? Meerdere doden, massale arrestaties en gewelddadig overheidsoptreden, waar vredige demonstranten niet van zijn uitgezonderd.
Ook dichterbij huis zijn er voorbeelden te vinden. Zo heeft de Londense metropolitaanse politie in het Verenigd Koninkrijk een aantal weken geleden activisten van Extinction Rebellion – een internationale groep die geweldloos verzet gebruiken in protest tegen klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit – gearresteerd nog voordat er een protest zou plaatsvinden. Dit op basis van een verdenking op mogelijke verstoring van de openbare orde.

De wereldwijde protesten van afgelopen maand laten een constante spanning zien tussen het recht op vrije demonstraties en de mogelijkheid van de staat om in te grijpen als het (mogelijk) misgaat. Wanneer en op welk moment de staat mag ingrijpen ten koste van het demonstratierecht is dan ook niet makkelijk aan te wijzen. Een ding weten we wel zeker: dit zullen niet de laatste demonstraties zijn waar staten mee te maken zullen krijgen.

Geschreven door Yassine Robio.

Bron foto: https://www.hln.be/nieuws/buitenland/opnieuw-betogingen-in-libanon-ondanks-aangekondigde-hervormingen~abe562a3/?referer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *